|
|
Historie
In 1839 startte Leendert Vliegenhart in een windmolen in Zwijndrecht een olieslagerij. Hij produceerde lijnolie, een oliesoort met sterk drogende eigenschappen, die onder andere kon worden toegepast bij de productie van verf. Lijnolie kende echter nog vele andere toepassingen en werd gebruikt als grondstof voor drukinkt en zelfs als bestanddeel van zeep. Het uitgeperste lijnzaad verkocht Leendert Vliegenthart als veevoer.
Hij wist het bedrijf al spoedig tot bloei te brengen en opende in 1869 een tweede vestiging in Delft. Het Delftse bedrijf kreeg de beschikking over een windmolen, stoomolieslagerij ‘de jonge Jacob’ en een ernaast gelegen koetshuis. Zoon Leendert jr. werd verantwoordelijk voor de nieuwe vestiging. In 1896 zette Leendert jr. het bedrijf in Delft zelfstandig voort onder de naam L. Vliegenthart – Delft. De fabriek in Delft kende een zeer gunstige ligging aan het water en kon via de haven van Rotterdam haar voorraden zaden op efficiënte wijze aanvoeren. De locatie werd bekend onder de naam ‘welgelegen’.
Tot aan de jaren twintig floreerde het bedrijf dankzij een bloeiende handel in lijnolie, veekoeken en aanverwante producten. Daarna werd het olieslaan in Nederland steeds minder rendabel en moesten vele olieslagerijen noodgedwongen hun deuren sluiten. De kleinzoon van Leendert jr. – Joan Vliegenthart – zag echter nieuwe marktkansen en schakelde in de jaren dertig over op het bewerken van uit Zuid-Amerika afkomstige, ruwe plantaardige oliën. Hij breidde de oliekokerij uit en legde daarmee een nieuw fundament onder de toekomst van de firma Vliegenthart. Naast het koken, richtte Vliegenthart zich ook op het zuiveren en bleken van oliën. Tevens werden nieuwe productgroepen toegevoegd zoals drogers (siccatieven) en verfafbijtmiddelen. Omdat er vraag was uit de markt naar lakken en vernissen van hoge kwaliteit werd ook de lak- en vernisstokerij nieuw leven ingeblazen. Grote fabrikanten wisten Vliegenthart steeds vaker te vinden voor werkzaamheden die voor henzelf te kostbaar waren geworden. De kleinschaligheid van het bedrijf maakte het mogelijk om flexibel op vrijwel elke marktvraag in te spelen en zowel oliën en lakken in grote hoeveelheden als in kleine porties op rendabele wijze te produceren. Dat is ook nu nog de grote kracht van Vliegenthart.
Tot aan 1979 is de charismatische Joan Vliegenthart aan het bedrijf verbonden geweest. In 1983 is de laatste stamhouder Leendert Jan Vliegenthart uit het bedrijf gestapt en heeft Robert A. le Rütte het stokje over genomen. Hij bouwt voort op de pijlers ‘traditie & vooruitgang’. In 1989 bestond Vliegenthart 150 jaar. Ter gelegenheid van dit jubileum heeft Hare Majesteit de Koningin besloten het recht te verlenen tot het voeren van het Koninklijk Wapen met de toevoeging ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’.
In de jaren negentig voldeed de vestiging in Delft niet langer aan de eisen van deze tijd. In 1997 heeft Vliegenthart een nieuw productiecomplex in Tiel betrokken. Deze op maat gemaakte fabriek heeft een uitstekende ligging ten opzichte van alle delen van Nederland en met name de havens van Rotterdam en Antwerpen.
Deze modernisering is echter niet ten koste van het ‘goede van het verleden’. Wie het hedendaagse complex van Vliegenthart bezoekt zal dat aan den lijve ervaren. Naast het ultramoderne computergestuurde productiecomplex heeft ook de negentiende eeuwse Delftse directiekamer een prominente plek in het nieuwe pand gekregen en oude stookketels en andere werktuigen uit het verleden laten zien ‘hoe het ooit begonnen is’. Oud en nieuw laten zien waar het bij Vliegenthart om draait. Sinds 1839 werkt olie- en vernisfabriek Vliegenthart met ambachtelijke aandacht aan de wensen van haar klanten, wereldwijd.
|
|